Historie

Café - Restaurant 't Poortershuys in Creil bestaat sinds 1958 en is een begrip in de polder.

Ooit gebouwd in opdracht van brouwerij d'Oranjeboom uit Rotterdam heeft het café-restaurant in de loop der jaren meerdere eigenaars gehad.

Op deze pagina vind u meer informatie over de historie van 't Poortershuys.

Tijdlijn

1957 – 1958

Bouw van 't Poortershuys

14 mei 1958

't Poortershuys officieel geopend woensdag 14 mei 1958

Lees krantenartikel

1958 – 1974

Enno & Frouwke Nauta

1974 – 1986

Rien & Jetty de Waay

8 november 1974

Rien en Jetty de Waay in hun vernieuwde bar

Lees krantenartikel

1986

5 Creiler investeerders kopen 't Poortershuys

1986 - 1991

Roel & Gé Warmolts (gehuurd van de investeerders)

1991 - 2008

Roel & Gé Warmolts (`t Poortershuys in eigendom)

2008 - 2019

Familie Kluin

2019 – heden

Henk & Annemarie Schuurhuis

Wandreliëf 't Poortershuys

In de Noordoostpolder werden in opdracht van brouwerij d'Oranjeboom uit Rotterdam café-restaurants gebouwd in Creil, Espel, Tollebeek en Nagele (gesloopt 2014) die nagenoeg identiek zijn.

De ontwerper is de Amsterdamse architect Jacob Dunnebier (1904 – 1988). De interieurs werden ontworpen door binnenhuisarchitect H. Zoon uit Rotterdam. Café-restaurant ’t Poortershuys aan de Graaf Florislaan is in 1957-1958 gebouwd door aannemersbedrijf Kingma uit Vollenhove en werd op 14 mei 1958 door de heer Sassen, president-commissaris van brouwerij d'Oranjeboom, geopend.

Het is een traditionalistisch vormgegeven L-vormig pand met op de eerste verdieping een woning en een, haaks erop gelegen, langgerekte gemeenschapszaal. Om het gemeenschapsleven in Creil te versterken is voor de bouw van de gemeenschapszaal bij het café een subsidie verstrekt door het Openbaar Lichaam ‘De Noordoostelijke Polder’. Daarom werd in het kader van de percentageregeling beeldende kunst op de buitenmuur van de gemeenschapszaal een wandreliëf aangebracht.

Korte tijd werd vermoed dat het kunstwerk was ontworpen door de kunstenaar Nicolaas Wijnberg. Maar in een artikel over de opening van 't Poortershuys in De Noordoostpolder van vrijdag 16 mei 1958 staat te lezen: "Zij tenslotte vermeld dat het sgraffitowerk in de zijgevel, enkele poorters voorstellende, van de hand van de kunstenaar Henk Huig uit Amsterdam is. De wandschildering in de toneelzaal is van Teus van der Berg uit Rotterdam".

Omdat er snel en kundig gewerkt moest worden liet Henk Huig het ontwerp uitvoeren door stukadoor Jacobus Schmidt (1916-2001) die werkte voor stukadoorsbedrijf J.N. Ooms in Amsterdam. De stukadoor heeft hier gewerkt in drie verschillend gekleurde pleisterlagen. De onderste laag is donker grijs, daarboven is een laag in rood aangebracht en vervolgens een witte deklaag. Wanneer een laag voldoende was aangetrokken (gedroogd) kon de volgende laag worden aangebracht. Wanneer alle lagen aangebracht waren kon op de bovenste laag de compositie worden aangebracht. Daarna werd de voorstelling met een tekenstift of paleerijzer uitgestoken of ingekrast waardoor er uiteindelijk een verzonken reliëf ontstond.

Henk Huig koos voor een figuratieve vormentaal, die hij door een hoekige, lineaire stilering vereenvoudigde. Verwijzend naar de naam van het café-restaurant zijn op het reliëf twee 'poorters', een man en een vrouw, afgebeeld met op de achtergrond een stadspoort. Het woord ‘poorter’ komt niet van het woord poort maar van het Latijnse woord portus, dat ‘haven’ betekent. In de vroege middeleeuwen ontstonden de eerste handelsnederzettingen in de buurt van burchten en kastelen die portus genoemd werden. Rondom de nederzetting werd een stadsmuur met stadspoorten gebouwd waardoor je de stad in en uit kon. De muur bood aan de inwoners veiligheid. 's Avonds tegen donker werden de stadspoorten gesloten door de poortbewaker, die de sleutel vervolgens bij de burgemeester bracht. Bij zonsopgang gingen de poorten weer open. Binnen de ommuurde stad woonden zogenaamde 'ingezetenen' en 'poorters'.

De poorters hadden, door geboorte of huwelijk of tegen betaling van een som geld, zich het poorterrecht verworven. Alleen poorters konden ambten bekleden bij de stedelijke overheid of lid worden van een gilde, een voorwaarde voor het uitoefenen van de meeste beroepen. De bewoners die buiten de stad woonden werden burgers genoemd. Deze term, van Duitse oorsprong, is afgeleid van burgus en borch, eveneens een versterkte plaats. Na de Franse invasie, eind 18e eeuw, verdwenen de voorrechten voor de poorters. Het poorterschap werd afgeschaft en vervangen door de burgelijke stand.

Zullen er in het middeleeuwse, door de zee verzwolgen gehucht Creil ook poorters gewoond hebben?

Wilt u meer weten over Creil en haar historie? Bezoek dan: www.creil.nl.

Bron: Flevolanderfgoed.nl

poortershuys-gravure